Rain, Steam and Speed – The Great Western Railway by J. M. W. Turner, 1844

Regen, Stoom en Snelheid – De Great Western Railway

In een gravure uit 1859 van Robert Brandard is een haas zichtbaar die voor de locomotief uitrent op de spoorbaan. In het originele doek van Regen, Stoom en Snelheid – De Great Western Railway is dat dier vandaag de dag met het blote oog volledig onzichtbaar geworden, omdat de verflaag in de loop der tijd transparant is geworden.

In het kort

Wat maakt dit werk onvergetelijk?

Het antwoord begint bij een verdwenen haas. Schilder George Leslie herinnerde zich als kind hoe hij Turner de laatste penseelstreken zag aanbrengen, de dag vóór de opening van de Royal Academy-tentoonstelling van 1844. Leslie noteerde later dat het haasje — en níét de trein — door Turner bedoeld was als het eigenlijke symbool van snelheid. Die intentie is nu nagenoeg onzichtbaar geworden. Wat ons resteert, is een daverende machine die door regen en stoom snijdt, terwijl het kwetsbare wezen ervoor letterlijk uit ons gezichtsveld is verdwenen.

Dat verlies is tegelijk een conserveringsgeschiedenis. Het schilderij is sinds de opname in de collectie van de National Gallery in 1856 nooit grondig gereinigd — alleen oppervlaktevuil werd verwijderd. In 1966 moest het werk wel worden gevoerd vanwege loslatende verf. Al in 1857 uitte directeur Sir Charles Eastlake zijn bezorgdheid over de toenemende vaagheid van de rookpluimen achter de locomotief en stelde hij voor die „een beetje bij te werken”. Of dat daadwerkelijk is gebeurd, blijft onbeantwoord.

Bovendien klopte de geografie van het schilderij nooit helemaal. De Maidenhead Railway Bridge en de oudere wegbrug ernaast staan in werkelijkheid bijna parallel. Turner vergrootte de hoek tussen beide bruggen bewust om het contrast tussen oud en nieuw scherper te stellen. Ook toonde hij de spoorlijn als enkelsporig, terwijl het traject ter plaatse in 1844 al dubbelsporig was. Dit zijn geen vergissingen, maar doordachte compositorische keuzes.

Historische context

Groot-Brittannië in 1844 was een land in transformatie. Het spoorwegnetwerk groeide explosief; de Great Western Railway was een van de meest ambitieuze projecten van het tijdperk. De locomotief die Turner schilderde, behoort vermoedelijk tot de zogeheten „Firefly”-klasse, ontworpen door Daniel Gooch — die op zijn eenentwintigste al locomotiefingenieur was bij de GWR. In 1844 reden er tweeënzestig van dergelijke machines. Welk specifiek exemplaar Turner voor ogen had, is nooit vastgesteld.

Tegelijkertijd was de Romantiek in de schilderkunst op zijn hoogtepunt. Natuur, kracht en het sublieme waren de centrale thema’s. Turner plaatste de industriële machine niet buiten die traditie, maar midden erin: omhuld door nevel, regen en licht, alsof de trein een natuurverschijnsel was geworden in plaats van een product van mensenhanden.

De herkomstlegende: reisfeit of mythe?

Vrijwel elk populair verhaal over dit schilderij verwijst naar een treinreis in juni 1843. Jane O’Meara — later bekend als Lady John Simon (1816–1901) — schreef op verzoek van John Ruskin op dat zij en Turner samen een storm vanuit een rijtuigraampje hadden gadegeslagen. Ruskin publiceerde haar verslag in 1886, in zijn Dilecta.

Toch waarschuwt de gezaghebbende catalogus van de National Gallery (Judy Egerton, 2000) voor al te grote zekerheid. O’Meara is volgens Egerton „onduidelijk” over het schilderij zelf, en een direct verband tussen de reis en het doek „moet speculatief blijven”. Ruskin geloofde haar; de wetenschap is voorzichtiger. Bovendien vermeldt het schilderij zelf het jaar 1844 — dat is de datum van de eerste publieke tentoonstelling, niet noodzakelijk het jaar van uitvoering. Wikidata heeft op basis van de website van de National Gallery eerder 1843 als beginjaar geregistreerd, wat suggereert dat de datering zelf niet geheel vastligt.

Symboliek en waar je op moet letten

Sta even stil voor het doek en laat je ogen wennen. De locomotief rijdt van rechts naar links de diepte in — of eerder: recht op de kijker af. Turner gebruikte vuile plamuur, aangebracht met een troffel, om de regen te verbeelden. De verblindende zonneglinstering is dik, smeuïg chroomgeel. De schaduwen hebben een karmijnrode ondertoon. En het vuur in de vuurkist van de machine? Dat schilderde Turner niet in rood of oranje, maar in kobalt en erwtengroen — kleuren die optisch gloeien zonder letterlijk vuur na te bootsen.

Kijk dan naar de twee bruggen links achter de trein. De stenen boogbrug rechts is de Maidenhead Railway Bridge; de smallere brug ernaast vertegenwoordigt de oude weg. Turner plaatste ze verder uit elkaar dan ze in werkelijkheid staan, zodat het conflict tussen industriële vernieuwing en de bestaande wereld zichtbaar wordt als een compositiebeslissing.

Waar de haas zou moeten zijn — pal voor de trein op de rails — ziet u nu niets. Alleen wie de Brandard-gravure van 1859 naast het schilderij legt, begrijpt wat er ontbreekt en wat Turner eigenlijk wilde zeggen over snelheid.

Over J. M. W. Turner

Joseph Mallord William Turner (1775–1851) groeide op in Londen als zoon van een barbier en toonde al vroeg een buitengewone gave voor waterverf en licht. Hij werd op zijn vierentwintigste volwaardig lid van de Royal Academy. Zijn werk beweegt van klassieke zeegezichten en historische taferelen naar steeds abstraktere lichtcomposities — een ontwikkeling die latere generaties verbaasde en inspireerde.

Turner reisde zijn hele leven, ook per stoomboot en trein. Hij was geen technologiehatend romanticus; hij gebruikte de nieuwe transportmiddelen actief en was gefascineerd door wat ze visueel konden betekenen. Bij zijn dood in december 1851 liet hij meer dan driehonderd olieverfwerken na aan de natie. Via het Turner Bequest kwamen deze in 1856 formeel in bezit van de National Gallery — dus ook Regen, Stoom en Snelheid. Het werk werd niet aangekocht; het was een schenking.

Nalatenschap: Turner op de eerste impressionistische tentoonstelling

In 1874 stelde de Franse graficus Félix Bracquemond een onafgewerkte ets naar dit schilderij tentoon, getiteld La Locomotive. De locatie was de allereerste tentoonstelling van de Société Anonyme des Artistes Peintres, Sculpteurs, Graveurs in Parijs — de tentoonstelling die later bekend zou worden als de eerste impressionistische salon. Dit is gedocumenteerd in John Gages catalogus van de Turner-tentoonstelling van 1983–84 in Parijs. Turners beeld was er dus aanwezig, al was het via een gravure. Die aanwezigheid gaat verder dan de vaak aangehaalde anekdote over Monet en bewijst een concrete documentaire band tussen Turners werk en de Franse avant-garde.

Waar je het werk nu kunt zien

Het schilderij hangt permanent in Zaal 34 van de National Gallery aan Trafalgar Square in Londen. Sinds mei 2025 draagt die zaal de naam Blavatnik Family Foundation Room, maar het nummer blijft 34. De toegang tot de vaste collectie is gratis.

Vlak bij dit werk hangt The Fighting Temeraire (NG524), dat een vergelijkbare conserveringsgeschiedenis kent: ook dat doek is nooit diepgaand gereinigd. Beide werken samen bekijken geeft een helder beeld van Turners late stijl én van het conserveringsbeleid van de National Gallery.

Het schilderij heeft een geschiedenis van internationale bruiklenen — onder meer in Chicago, New York, Toronto en Parijs. Controleer daarom altijd de website van de National Gallery vóór uw bezoek om te bevestigen dat het werk aanwezig is.

Wat dit doek blijft onderscheiden, is niet de trein maar het haasje dat u niet ziet: een symbool van snelheid dat zelf de tijd niet heeft overleefd. Turner schilderde een confrontatie tussen kracht en kwetsbaarheid, en de tand des tijds heeft die confrontatie onbedoeld voltooid.

Afbeelding: Rain, Steam and Speed – The Great Western Railway – J. M. W. Turner (1844). Licentie: Public Domain. Bron: Wikimedia Commons.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *