De Waterlelies van Claude Monet: de vijver die hij zelf liet graven
De vijver op dit schilderij is geen natuur. Claude Monet liet hem graven, vroeg de gemeente om toestemming een riviertje om te leggen, en plantte de waterlelies zelf. Wat je hier ziet is geen landschap dat hij tegenkwam, maar een onderwerp dat hij eerst heeft aangelegd en vervolgens dertig jaar lang geschilderd.
In het kort
- Kunstenaar: Claude Monet (1840–1926)
- Jaar: 1906
- Techniek: Olieverf op doek
- Afmetingen: 89,9 × 94,1 cm (bijna vierkant)
- Stroming: Impressionisme
- Locatie: Art Institute of Chicago
Wie schilderde de Waterlelies?
Claude Monet (1840–1926), de Franse schilder die aan de wieg stond van het impressionisme. De beweging dankt haar naam zelfs aan een van zijn doeken: een criticus gebruikte de titel Impressie, zonsopgang (1872) spottend om de hele groep aan te duiden, waarna de schilders het woord overnamen.
De Waterlelies zijn geen enkel schilderij maar een reeks van ongeveer 250 doeken, waaraan Monet werkte van omstreeks 1896 tot zijn dood in 1926. Dertig jaar, één vijver.
De tuin was zelf het kunstwerk
Monet vestigde zich in 1883 in Giverny, aanvankelijk als huurder; in 1890 kocht hij het terrein. Pas daarna begon het echte werk.
Aan de overkant van de weg lag een stuk grond met een zijarm van de rivier de Epte. Monet vroeg de gemeente toestemming om water af te tappen en een vijver te graven. Het verzoek stuitte op weerstand van dorpsbewoners, die vreesden dat de exotische planten het water zouden vervuilen en hun vee zouden schaden. Hij kreeg uiteindelijk zijn vergunning.
De vijver werd gegraven, uitgebreid, opnieuw uitgebreid. De Japanse brug kwam er in 1895. Er kwamen wilgen, bamboe, en waterlelies in variëteiten die speciaal voor hem werden gekweekt. Monet hield tuinmannen in dienst met één specifieke taak: elke ochtend de bladeren van de lelies afspoelen, zodat er geen stof het water dof maakte.
Met andere woorden: hij schilderde niet de natuur. Hij bouwde een decor en schilderde dat.
Wat er níét op staat
Kijk naar dit doek uit 1906 en let vooral op wat ontbreekt.
Er is geen horizon. Geen lucht — behalve als weerspiegeling. Geen oever, geen brug, geen enkel punt waaraan je kunt aflezen waar je staat of hoe ver het water reikt. Het beeld heeft geen boven en geen onder in de gebruikelijke zin.
Dat is een radicale keuze. Een landschap zonder horizon was in 1906 vrijwel ondenkbaar; de horizon vertelt de kijker immers waar hij zich bevindt. Door hem weg te laten haalde Monet het houvast weg. Wat overblijft is een oppervlak waarin lucht, wolken en planten door elkaar liggen, zonder dat je kunt zeggen wat zich vóór of achter wat bevindt.
Het bijna vierkante formaat versterkt dat. Rechthoekige doeken suggereren een blikrichting; een vierkant doet dat niet. Het beeld sluit zich rond zichzelf.
Deze versie uit 1906
Van de reeks bestaan doeken van zeer uiteenlopend formaat, van kleine studies tot panelen van meters breed. Dit exemplaar hoort bij de vroegere, geconcentreerde groep: één vierkante meter ongeveer, waarin een beperkt stuk wateroppervlak wordt onderzocht.
Sta er dichtbij en de verf valt uiteen in losse, dikke strepen die alle kanten op lijken te gaan. Doe drie stappen achteruit en het wordt water. Dat omslagpunt — de afstand waarop chaos in beeld verandert — is precies wat Monet aan het uitproberen was.
Over Claude Monet
Monet werd in 1840 in Parijs geboren en groeide op in Le Havre, aan de Normandische kust. Hij begon met karikaturen en werd daarna door de schilder Eugène Boudin overgehaald om buiten te gaan werken, rechtstreeks naar de natuur. Dat bleef zijn hele loopbaan zijn methode.
Vanaf de jaren negentig werkte hij vrijwel uitsluitend in reeksen: hooibergen, populieren, de kathedraal van Rouen, en ten slotte de vijver. Steeds hetzelfde onderwerp onder wisselend licht.
In zijn laatste levensjaren kreeg hij staar aan beide ogen. Zijn kleurwaarneming veranderde daardoor merkbaar — werk uit die periode neigt naar roodbruine en oranje tonen. In 1923 liet hij zich opereren, wat het beeld gedeeltelijk herstelde. Hij bleef schilderen tot kort voor zijn dood in december 1926.
Waar je de Waterlelies kunt zien
Dit doek
Het Art Institute of Chicago, 111 South Michigan Avenue. De impressionistische zalen liggen op de tweede verdieping. Het museum is vrijwel dagelijks geopend; controleer de actuele tijden vooraf.
In dezelfde vleugel hangt Seurats Een zondagmiddag op het eiland La Grande Jatte, wat een aardige vergelijking oplevert: twee schilders die in hetzelfde decennium precies tegenovergestelde antwoorden gaven op de vraag hoe je licht op doek krijgt.
De rest van de reeks
Doeken uit de Waterlelies hangen in tientallen musea wereldwijd. Twee adressen springen eruit:
- Musée de l’Orangerie, Parijs. Acht monumentale panelen in twee ovale zalen, door Monet aan de Franse staat geschonken en volgens zijn eigen aanwijzingen geïnstalleerd. Ze werden pas na zijn dood, in 1927, voor publiek geopend. Dit is de enige plek waar je de reeks ervaart zoals hij het bedoelde: als ruimte, niet als schilderij.
- Musée Marmottan Monet, Parijs. De grootste collectie werk van Monet ter wereld, grotendeels afkomstig uit de nalatenschap van zijn zoon Michel.
De tuin in Giverny is bovendien nog altijd te bezoeken, van eind maart tot begin november. De vijver ligt er nog, inclusief de Japanse brug.
Tot slot
Er zit iets ongemakkelijks in het idee van een schilder die dertig jaar naar dezelfde vijver kijkt. Het klinkt als vastlopen.
Toch is het omgekeerde waar. Juist doordat het onderwerp niet veranderde, werd alles wat er wél veranderde zichtbaar: het uur, het seizoen, de wind, het weer, en uiteindelijk ook Monets eigen ogen. De reeks is geen 250 keer hetzelfde schilderij. Het is 250 metingen van het verschil.
Afbeelding: Water Lilies – Claude Monet (1906). Licentie: Public Domain. Bron: Wikimedia Commons.
